Tijdens de gemeenteraad van december bracht Vlaams Belang Zele een amendement ter sprake bij het agendapunt “Goedkeuren reglement retributie inzake administratieve producten en prestaties”, met betrekking tot de tarieven voor voornaamswijzigingen.
“In het huidige reglement worden burgers ongelijk behandeld,” stelt gemeenteraadslid Tatiana Huyge (Vlaams Belang). “De federale overheid legt op dat een voornaamswijziging met betrekking tot transgenders maximaal 10% mag kosten van het reguliere tarief. Lokale besturen zijn hieraan gebonden waarbij het resultaat een systeem blijft met twee maten en twee gewichten.”
Concreet hanteert de gemeente Zele vandaag drie verschillende tarieven voor een voornaamswijziging. “Voor de meeste burgers geldt een regulier tarief van 150 euro. Voor een voornaamswijziging in het kader van een wijziging in geslachtsregistratie geldt, op basis van federale regelgeving, een tarief van 15 euro, zijnde maximum 10% van het gewone bedrag. Daarnaast voorziet het reglement ook in een volledig gratis voornaamswijziging voor niet-Belgen die bij de aanvraag van de Belgische nationaliteit nog geen officiële voornaam hebben,” verduidelijkt Huyge. “Het is bijzonder moeilijk te verantwoorden dat sommige groepen kosteloos bediend worden, terwijl andere burgers wél moeten betalen voor een louter administratieve rechtzetting.”
Volgens Vlaams Belang beschikt de gemeente nochtans over een duidelijke beleidsmarge. “De inkomsten uit voornaamswijzigingen zijn voor de gemeente Zele zeer miniem. Men had hier perfect een krachtig signaal kunnen geven dat iedereen gelijk is, door alle tarieven op nul euro te zetten,” aldus Huyge. “Zo had men niet alleen de federale 10%-richtlijn geneutraliseerd, maar ook elke vorm van ongelijkheid weggenomen.”
Volgens Vlaams Belang staat deze keuze haaks op het zelfverklaarde inclusieve en depolariserende beleid van de meerderheid. “Inclusiviteit met uitzonderingen en onderscheid is geen echte gelijkheid,” stelt de fractie.
De meerderheid verwierp het voorstel. Voor Vlaams Belang bevestigt dit dat men bewust vasthoudt aan een discriminerend systeem. “Wanneer een eenvoudige, budgettair verwaarloosbare maatregel wordt afgewezen, toont dit aan dat inclusieve slogans belangrijker zijn dan daadwerkelijke gelijke behandeling,” besluit Huyge.